GESCHIEDENIS/OORSPRONG

De Rhodesian Ridgeback is het enige officieel erkende hondenras dat zijn oorsprong vindt in zuidelijk Afrika. Zijn geschiedenis gaat terug tot de half-gedomesticeerde jachthonden van de Khoikhoi (ook wel Hottentotten genoemd), een inheems volk dat leefde in het huidige Namibië en Zuid-Afrika. Deze honden stonden bekend om hun kenmerkende ridge: een streep haren op de rug die in tegengestelde richting groeit. De ridge was niet alleen een opvallend uiterlijk kenmerk, maar ook een teken van zuiverheid en kracht binnen de stammen.

Toen Europese kolonisten in de 17e eeuw aan de Kaap aankwamen, brachten zij hun eigen honden mee, waaronder windhonden, terriërs, mastiffs en Deense doggen. Deze honden werden gekruist met de inheemse honden van de Khoikhoi. Het doel van deze kruisingen was om een hond te fokken die niet alleen loyaal en moedig was, maar ook bestand tegen het extreme klimaat, de dorre landschappen en de aanwezigheid van gevaarlijk wild. Zo ontstond een ras dat kracht, snelheid, uithoudingsvermogen en moed combineerde – eigenschappen die onmisbaar waren voor de kolonisten.

 

De "Lion Dog"

De Ridgeback werd al snel onmisbaar bij de jacht. Vooral zijn rol in de leeuwenjacht maakte hem beroemd. In kleine groepen werkten de honden samen om een leeuw op afstand te houden en hem in bedwang te houden door slim en behendig uit te wijken. Zij hielden het dier bezig totdat de jager ter plaatse kwam. Belangrijk hierbij is dat de honden de leeuw niet doodden, maar hem met hun intelligentie, snelheid en moed vastzetten. Deze unieke jachttechniek leverde de Ridgeback zijn bijnaam "Lion Dog" op.

Maar de Ridgeback was meer dan alleen een jachthond. Hij fungeerde ook als waakhond bij boerderijen en beschermde gezinnen tegen roofdieren en indringers. Zijn natuurlijke waakzaamheid en sterke band met zijn gezin maakten hem tot een veelzijdige metgezel.

 

Standaardisatie van het ras

In het begin van de 20e eeuw bestond er een grote variatie in uiterlijk en type. Pas in 1922 bracht F.R. Barnes in Bulawayo (Rhodesië, het huidige Zimbabwe) orde in de diversiteit door de eerste officiële Rasstandaard op te stellen. Als basis gebruikte hij de standaard van de Dalmatiër, omdat dit destijds één van de best beschreven rassen was.

In 1926 werd deze standaard erkend door de Zuid-Afrikaanse Kennel Club, waarmee de Rhodesian Ridgeback officieel een erkend ras werd. Van daaruit verspreidde de hond zich over de hele wereld, eerst naar Groot-Brittannië en later naar Europa, de Verenigde Staten en uiteindelijk wereldwijd.

 

De Ridgeback vandaag

Tegenwoordig is de Rhodesian Ridgeback niet langer uitsluitend een jachthond, maar een veelzijdig ras dat zowel als waak- als gezelschapshond enorm geliefd is. Zijn indrukwekkende uiterlijk, zelfstandige karakter en diepe loyaliteit maken hem tot een hond die wereldwijd bewonderd en gewaardeerd wordt. Toch herinnert zijn bijnaam "Lion Dog" ons altijd aan zijn bijzondere oorsprong: een moedige hond uit het hart van Afrika.

Leuke en minder bekende feiten over de Rhodesian Ridgeback:

Hoewel de officiële geschiedenis van de Rhodesian Ridgeback duidelijk is vastgelegd, zijn er ook een aantal bijzondere en minder bekende feiten die dit ras nóg interessanter maken.

 

De ridge als teken van zuiverheid

Bij de inheemse Khoikhoi werd de ridge niet alleen gezien als uiterlijk kenmerk, maar als teken van zuiverheid, kracht en moed. Honden zonder ridge werden vroeger minder gewaardeerd binnen de stammen, waardoor de ridge-generatie zichzelf bleef versterken door natuurlijke selectie.

 

Een veelzijdige Afrikaanse werkhond

De voorouders van de Ridgeback dienden niet alleen in de jacht. Ze werden ook ingezet als:

  • erf- en veewakers,

  • begeleiders tijdens lange tochten,

  • beschermers tegen roofdieren,

  • en soms zelfs als boodschapper tussen nederzettingen.

Hun aanpassingsvermogen aan hitte, kou, ruig terrein en lange afstanden is iets wat tot op de dag van vandaag terug te zien is in het uithoudingsvermogen van het ras.

 

Geen leeuwendoder, maar een slimme tacticus

Hoewel de bijnaam “Lion Dog” stoer klinkt, is het belangrijk om te weten dat de Ridgeback geen leeuwendoder was. De honden moesten juist lang genoeg overeind blijven, slim uitwijken en samen werken om een leeuw bezig te houden.
Hun reputatie komt dus voort uit intelligentie, wendbaarheid en moed, niet uit brute kracht.

 

Uniformer dan gedacht

Toen in 1922 de eerste Rasstandaard werd opgesteld, ontdekten fokkers dat Ridgebacks uit verschillende delen van zuidelijk Afrika verrassend op elkaar leken, ondanks hun uiteenlopende afkomst. Dit maakte het relatief makkelijk om een duidelijke standaard te vormen.

 

De ridge als “vingerafdruk”

De ridge kent meerdere natuurlijke vormen. Hoewel de Rasstandaard precies beschrijft hoe de ridge hoort te zijn, heeft iedere Ridgeback subtiele, unieke verschillen. Sommige oude Afrikaanse fokkers noemden het zelfs de “vingerafdruk van de hond”.

 

Een rustig karakter achter een indrukwekkend uiterlijk

Ondanks hun geschiedenis als jachthond en hun krachtige uiterlijk stonden Ridgebacks in Afrika juist bekend als rustige, waardige huishonden. Veel van deze honden sliepen ’s nachts binnen bij hun eigenaar en waren zeer gehecht aan het gezin. Het evenwicht tussen waaksheid en huiselijkheid is één van de redenen dat het ras vandaag de dag zo geliefd is.